Maria van Gelre

Maria van Gelre (1380–1429), geboren als Marie d'Harcourt, was de dochter van Jan VI van Harcourt en Catharina van Bourbon. In 1405 trouwde zij met hertog Reinald IV van Gelre en Gulik en werd daarmee hertogin van Gelre.

Maria stond bekend als een vrome en ontwikkelde vrouw. Haar beroemde gebedenboek, het Getijdenboek van Maria van Gelre, getuigt van haar diepe geloof en haar bijzondere verering van de Heilige Maagd Maria.

In de late middeleeuwen was Renkum uitgegroeid tot een belangrijke Mariabedevaartplaats. Vanaf 1380 werd in Renkum een Mariabeeld vereerd waaraan wonderbaarlijke genezingen en gebedsverhoringen werden toegeschreven. Vanuit Gelre, Brabant en het Sticht Utrecht trokken pelgrims naar het dorp om Maria te eren, haar voorspraak te vragen of dankbaarheid te tonen voor ontvangen hulp. De Mariaverering maakte Renkum tot een van de bekendste bedevaartsoorden van het hertogdom Gelre.

Ook Maria van Gelre voelde zich sterk verbonden met deze plaats. Uit haar reisrekeningen blijkt dat zij tenminste viermaal een bedevaart naar Renkum maakte. Haar eerste bezoek vond plaats in mei 1406, toen zij vanuit Nijmegen naar Renkum reisde om bij het Mariabeeld te bidden. Een jaar later, op 17 augustus 1407, bezocht zij opnieuw het heiligdom. Vanuit Grave reisde zij naar Renkum, waar zij bad in de kapel en vervolgens haar reis voortzette richting Aanstoot, het huidige Otterlo. Op 7 mei 1409 maakte Maria opnieuw de tocht naar Renkum. Zij vertrok vanuit Aanstoot en reisde waarschijnlijk via de Mossel en Planken Wambuis naar het bedevaartsoord. Haar vierde  bedevaart vond plaats in 1418. Dat zij gedurende meer dan tien jaar bleef terugkeren, laat zien hoe belangrijk Renkum voor haar persoonlijke geloofsleven was.

Een bedevaart was in de middeleeuwen veel meer dan een reis. Gelovigen ondernamen de tocht uit dankbaarheid, als boetedoening of om Gods hulp en Maria's voorspraak af te smeken.

Dat juist de hertogin van Gelre meerdere keren naar Renkum trok, onderstreept het grote aanzien van het heiligdom. Haar bezoeken zullen bovendien de bekendheid van Renkum als bedevaartplaats verder hebben vergroot. De bedevaarten van Maria van Gelre vormen een bijzondere verbinding tussen de geschiedenis van het hertogdom Gelre en de religieuze geschiedenis van Renkum. Zij laten zien dat de Mariaverering mensen uit alle lagen van de samenleving aantrok: van eenvoudige pelgrims tot leden van de hoogste adel.

Ruim zeshonderd jaar later leeft deze geschiedenis nog altijd voort. Maria van Renkum blijft een symbool van geloof, hoop en verbondenheid en herinnert aan een eeuwenoude traditie. Die heeft een blijvende plaats in het culturele en religieuze erfgoed van Renkum.